Al op 9-jarige leeftijd werd Winy met maagkanker geconfronteerd. Na heel veel onderzoeken heeft het nog erg lang geduurd voordat de uiteindelijke diagnose aan zijn ouders werd meegedeeld. Daar zijn 6 maanden ziekenhuisopname en 8 weken in volledige quarantaine aan vooraf gegaan. Winy wist van niets. Niets van de diagnose, niets van levensgevaar. Alleen dat hij geen maag meer had. Pas toen hij 17 was kwam hij erachter dat zijn leven aan een zijden draadje heeft gehangen. Want in die tijd overleefde maar 3% van de maagkanker-patiënten. Hij vertelt: ‘het begon allemaal toen ik mijn eten niet meer binnen kon houden. Continue diarree en overgeven na het eten. Uiteraard dacht men in eerste instantie niet aan maagkanker. Dat komt op die leeftijd haast niet voor. En in die tijd was er natuurlijk veel minder bekend over kanker. En er werd al helemaal niet met kinderen over gesproken. De letter ‘K’ werd toen nog fluisterend door volwassenen gezegd..’
Ook hoorde hij veel later dat hij zijn leven aan zijn chirurg te danken heeft. Als alleen de tumor was weggenomen, zoals zijn arts wilde, was Winy er nu niet meer geweest. De chirurg stond erop om de hele maag te verwijderen. Met alle gevolgen van dien. Winy leeft nu al 49 jaar met beperkingen op allerlei gebied.
Waarom is Winy ambassadeur voor het THH geworden? Daarop zegt hij: ‘ik heb eigenlijk nooit over mijn angsten, zorgen en beperkingen kunnen praten. Daar was toen de tijd niet naar. Mijn ouders hadden zoiets van: niet zeuren, het is voorbij. Gewoon doorgaan. Dat deed ik dan ook. Vertelde in mijn pubertijd nooit aan vrienden waarom ik geen alcohol dronk. Had ook een groeiachterstand en was een stuk kleiner dan mijn leeftijdsgenoten. Als ik verkering had wist mijn vriendinnetje ook niets. Als het te dichtbij kwam maakte ik het uit. Pas toen ik verkering kreeg met mijn vrouw, heb ik alles verteld. Ik weet niet waarom ik dit verzweeg; was bang om er op de een of andere manier niet meer bij te horen, een etiketje opgeplakt te krijgen. En nogmaals: in die tijd werd er gewoon niet openlijk over gesproken.’ Dat alles maakte dat Winy zijn ziekte nooit een plaats in zijn leven heeft kunnen geven. Zijn angst nooit heeft kunnen delen. Vooral niet wilde ‘zeuren’.
Op een gegeven moment maakte hij in Breda voor het eerst kennis met het fenomeen inloophuis. Hij realiseerde zich dat daar geboden werd wat hij in zijn leven gemist heeft. Een luisterend oor, zich kunnen uiten, af en toe eens flink huilen enz. Hij besloot meerdere inloophuizen te gaan bezoeken. Gewoon kijken wat daar geboden werd. Langzaam maar zeker wist hij zijn ziekte een plek te geven.
Winy besloot om zich actief in te gaan zetten voor mensen met kanker. Als ‘survivor’ en fanatiek hardloper trainde hij een team lopers voor de Roparun. Dit is een hardloopwedstrijd van Parijs naar Rotterdam. De opbrengst van de Roparun komt ten goede aan mensen die kanker hebben. Ook inloophuizen kunnen een financieel beroep doen op deze stichting. 6 jaar geleden deed hij iets wat al die tijd ondenkbaar leek: hij liep zelf mee! ‘Toen ik over de finish kwam kon ik maar niet stoppen met janken! Eindelijk kwamen al mijn emoties eruit. Ik besefte toen pas wat ik allemaal nog wel kon! Kanker is niet altijd het einde’. Hierna werd hij ook veel opener over zijn ziekte tegen buitenstaanders.
Toen de organisatoren van de eerste Liberty Ladies Run in Waalwijk op zoek waren naar een goed doel was het voor Winy al snel een uitgemaakte zaak: Het Toon Hermans Huis natuurlijk! Zijn voorstel werd door de organisatie overgenomen en het THH werd blij gemaakt met € 5.000,-- opbrengst en de garantie dat de eerstkomende 2 jaar de opbrengst voor het THH bestemd zal blijven.
Van het een kwam het ander. Inmiddels is hij ambassadeur van het Toon Hermans Huis en voorzitter van SamenLoop voor Hoop Tilburg, een initiatief van het KWF.
Tot slot zegt hij: ‘ik vond het fantastisch om te horen dat het THH ook met speciale kinderprojecten bezig is. Nu worden kinderen met kanker heel goed opgevangen en begeleid. Als zoiets in mijn tijd bestaan had….ik raad dan ook iedereen, die direct of indirect met kanker te maken heeft, naar een inloophuis te gaan. Want nogmaals: kanker KUN je niet alleen overwinnen!’